zaterdag 28 september 2013

Amore Italiano

Na het behalen van mijn  middelbare schooldiploma ( ik was 17 ), mocht ik voor het eerst op vakantie naar Italië. Ik vertrok, samen met mijn zus, met de trein richting Alassio . Op een middag drentelden we wat door een parkje toen er plotsklap iemand naar me toekwam, mijn handen vastpakte en mij op beide wangen kuste. Ik stond als aan de grond genageld. Voor mij stond een Italiaanse man in een wit marine-pak met prachtig zwart haar en donkere ogen. Ik was in één klap verkocht. Hij heette Antonino en werd mijn eerste vakantieliefde. Ik noemde hem mijn 'amore Italiano'. Sinds die tijd ben ik verzot op Italië. Het land, het eten, de wijn en de sfeer.


Dit heerlijke toetje trof ik aan op de site van Wilma. Ze maakt de lekkerste Italiaanse gerechten en ik ben een groot fan van haar.

Wat heb je nodig?

• 50 gr rozijnen;
• 6 bitterkoekjes;
• 1 dl Amaretto;
• 250 gr Mascarpone;
• 2 dl advocaat.

En hoe maak je het?

• Spoel de rozijnen af en dep ze droog;
• Doe ze daarna in een kommetje en voeg er 1 dl Amaretto aan toe;
• Verkruimel 6 bitterkoekjes en voeg die bij de rozijnen en de Amaretto;
• Laat een poosje staan ( 15 minuten ) en roer af en toe om;
• Klop in een kom de Mascarpone en de advocaat tot een egale massa;
• Voeg de rozijnen, bitterkoekjes en Amaretto toe en schep voorzichtig door elkaar;
• Zet de crème in de koelkast om goed koud te worden;
• Serveer met wat chocola, slagroom en / of een bitterkoekje.


Aan het recept heb ik niets veranderd. Het is heel eenvoudig te maken en het heeft slechts één nadeel: je kunt er niet vanaf blijven.

                                                             ©Marionskitchenstories

Bron : Kookgek Wilma

donderdag 26 september 2013

Mijn achtste keuken en pompoensoep met crème fraîche

Mijn moeder maakte altijd soep. Ze besteedde er veel zorg en tijd aan en het resultaat was echt voortreffelijk. Haar tomatensoep, haar uiensoep, haar snert, ze smaakten altijd naar meer. Iedere dag stond er soep op het menu en toen ik het huis uitging, zette ik die traditie voort. Vijfentwintig jaar lang aten we elke dag soep. Meestal kookte ik die in het weekend en vroor ze in voor de weekdagen.
Op de dag dat ik alleen verhuisde naar mijn nieuwe keuken ( de achtste ) at ik 's avonds een groot bord snert. Ik besefte op dat moment niet dat er weinig soep gegeten zou worden in het nieuwe huis waarin ik 6 jaar lang zou wonen.
Een ding had ik me voorgenomen toen ik verhuisde: ik zou iedere dag koken en mijn eten aan tafel opeten. Ik had enkele vriendinnen, die dat niet deden omdat ze alleen waren. Ze kookten niet of sporadisch en aten vaak op de bank terwijl ze televisie keken. Ook in mijn achtste keuken werd dus veel gekookt. Alleen de soep, die verdween langzaam uit mijn leven.


Op dit moment liggen er weer overal pompoenen. Ik las vandaag zelfs dat iemand hier in de buurt een tuin heeft met 180 soorten. Of ze allemaal eetbaar zijn, weet ik niet.

Wat heb je nodig voor deze soep?

  • 1 pompoen ( schoon circa 825 gram );
  • 3 eetlepels olijfolie;
  • 250 – 280 gr winterpeen, geschild en in plakken;
  • 2 uien, fijngesneden;
  • 2 tenen knoflook;
  • 1 laurierblaadje;
  • 2 groentebouillontabletten;
  • 1 bekertje crème fraîche (125 ml).
En hoe maak je ze?

  • Snijd de pompoen net als een meloen in schijven;
  • Verwijder de zaden en de draderige binnenkant en snijd met een scherp mes de schil eraf;
  • Snijd de pompoen in grove stukken;
  • Verhit de olie in een grote pan en bak de pompoen, de winterpeen en de ui 5 minuten;
  • Voeg de geperste knoflook en het laurierblaadje erbij;
  • Schenk er 1 liter water bij en voeg 2 groentebouillontabletten toe;
  • Breng aan de kook en laat alles in 30 minuten gaar worden;
  • Verwijder het laurierblaadje;
  • Laat de soep wat afkoelen en pureer ze dan met de staafmixer;
  • Breng op smaak met peper en zout.
  • Roer de crème fraîche los met een lepeltje, zodat deze smeuïg wordt.
  • Schep de soep in diepe borden of kommen en schep er wat crème fraîche op.


Ik kookte deze soep al vaker. Hij is lekker en niet te zwaar. Je kunt hem goed als voorgerecht eten, maar hij smaakt ook goed als lunch met lekker knapperig stokbrood.

                                                           ©Marionskitchenstories

Bron:  Een Allerhande van jaren geleden

dinsdag 24 september 2013

Worteltjestaart met verse maïs en geitenkaas : licht zoet van smaak en erg lekker

Voor de Blogswap van september mocht ik koken van het blog van Mijn Kookavonturen van Anneke. De keus was dit keer wel heel snel gemaakt. Zij publiceerde onlangs Worteltjestaart met appel en geitenkaas en omdat wij dol zijn op hartige taarten en quiches besloot ik die te bakken.
Ik heb er een kleine verandering in aangebracht, ik verving de appel door verse maïs en de bladerdeeg door 'deeg voor hartige taart' van een bekend merk.


Wat heb je nodig?

  • 8 worteltjes;
  • 5 plakjes deeg voor hartige taart;
  • 125 gr zachte geitenkaas;
  • 125 gr crème  fraîche light;
  • 4 eieren;
  • 1 ui;
  • 2  verse maïskolven;
  • zout en peper naar smaak.

Hoe maak je ze?

  • Schrap de worteltjes schoon en kook ze in water met een beetje zout gedurende 6 minuten.
  • Giet de worteltjes af, spoel ze onder koud stromend water af en halveer ze in de lengte.
  • Maak de maïskolven schoon en kook ze gedurende circa 20 minuten in water.
  • Laat ze afkoelen en snijd de maïs eraf.
  • Snijd de ui in dunne ringen.
  • Klop de crème fraîche en de eieren los en voeg naar smaak zout en peper toe.
  • Bekleed een quichevorm ( 26 cm ) met 5 lapjes deeg.
  • Leg de maïs en de ui op de bodem van de vorm.
  • Giet er het ei-crème fraîche-mengsel overheen.
  • Leg de wortelen op het mengsel en strooi de geitenkaas tussen de wortelen.
  • Verwarm de oven voor op 180°C (  boven- en onderwarmte ) en bak de taart in het midden van de oven in 40 minuten gaar.
 Hoe was het resultaat?

De taart smaakt heerlijk. Hij is een beetje zoet en heel licht verteerbaar. De volgende keer doe ik er iets meer ui bij en maak ik het deeg zelf.

                                                                ©Marionskitchenstories

zaterdag 21 september 2013

Cantuccini, dubbelgebakken koekjes uit Prato

De eerste keer dat ik cantuccini at, was bij mijn Italiaans-Nederlandse buurvrouw in Rotterdam. Zij serveerde ze met een pittig kopje espresso na een heerlijke maaltijd. In Nederland zijn deze koekjes bekend onder de naam Biscotti.
Het motto van het Foodblog Event van september  is Finger Food. Welnu cantuccini zijn echt 'finger food', want je doopt ze in je koffie en net voordat ze op de grond dreigen te vallen, steek je ze snel in je mond. Mij doet het denken aan vroeger thuis, toen ik als kind niets liever deed dan koekjes in de thee dopen tot grote ergernis van mijn moeder.


Ik kwam het recept van deze cantuccini tegen bij Andrea , die een geweldig mooi blog heeft met allerlei heerlijke recepten voorzien van prachtige foto's.

Wat heb je nodig?

  • 200 gr hazelnoten;
  • 250 gr speltbloem;
  • 2,5 gr bakpoeder;
  • 2,5 gr baking soda;
  • Snufje zout;
  • 5 gr kaneel;
  • 140 gr witte basterdsuiker;
  • 1 zakje vanillesuiker;
  • 45 gram espresso;
  • 15 gr amaretto;
  • 25 gr roomboter;
  • 1 ei;
  • 100 gr chocola ( puur 75 % ).

En hoe maak je ze?

  • Verwarm de oven op 180°C (  boven- en onderwarmte ) en rooster de hazelnoten in 10 minuten bruin. Draai  ze halverwege om, zodat ze gelijk matig bruin worden. Laat ze volledig afkoelen;
  • Maak de espresso en laat deze volledig afkoelen;
  • Hak de chocolade klein;
  • Doe de bloem, het bakpoeder, de baking soda, het zout, de basterdsuiker en de kaneel in de kom van de mixer en roer ze goed door elkaar;
  • Voeg dan de espresso, de amaretto, de roomboter en het ei toe en mix er een glad deeg van ( tamelijk plakkerig );
  • Voeg de chocolade toe en kneed deze er door;
  • Als laatste kneed je er de hele hazelnoten voorzichtig door;
  • Deel het deeg in tweeën en wikkel het in plasticfolie;
  • Leg het deeg gedurende 30 minuten in de koelkast;
  • Verwarm de oven voor op 180°C;
  • Strooi bloem op je werkplek en vorm van het eerste stuk deeg een rol;
  • Druk dit enigszins plat ( ovaal ) en leg ze op een met bakpapier beklede bakplaat;
  • Doe hetzelfde met het tweede stuk deeg;
  • Schuif de plaat in de oven en bak gedurende 15 minuten ( de ovalen worden breder en rijzen );
  • Neem de plaat uit de oven, laat het deeg een beetje afkoelen ( moet wel nog warm zijn ) en snijd dan met een scherp mes plakjes ( ½ cm breed ) van het deeg;
  • Schuif de pakjes voorzichtig van elkaar;
  • Plaats de plaat opnieuw in de oven en laat de koekjes nog 10 tot 15 minuten bakken;
  • Schuif ze tussendoor verder van elkaar of draai ze om, zodat de lucht er goed bij kan;
  • Als ze knapperig en bruin zijn, neem je ze uit de oven en laat ze volledig afkoelen en hard worden.

Aan het recept van Andrea heb ik weinig veranderd. Je kunt in plaats van speltbloem ook gewone patentbloem nemen. De koekjes worden lekker krokant en hard. Bewaar ze in een blik of plastic doos. Leg er eventueel keukenpapier tussen. Heerlijk bij ( of moet ik zeggen in ? ) de koffie. Neem ze tussen duim en wijsvinger en dopen maar!

                                                                ©Marionskitchenstories

woensdag 18 september 2013

Luxe speltbrood met amandelen en rozijnen

Het was alweer een poosje geleden dat ik speltbrood gebakken had. Dus toen ik vanochtend dit recept zag op de site van De Speltwinkel besloot ik spontaan er vandaag een te bakken. Ik nam me voor exact  het recept te volgen, op wat kleine aanpassingen na.

Het recept

Ingrediënten voor 2 medium of 4 kleine broden:

• 16,8 gr gedroogde gist ( 42 gr verse gist );
• 500 gram speltbloem;
• 250 ml volle melk, of slagroom;
• 50 gram zachte roomboter;
• 1 ei;
• ½ eetlepel zout;
• ½ eetlepel geraspte citroenschil;
• 50 gram suiker;

Daarnaast nog:

• 125 gram speltbloem;
• 200 - 250 gram rozijnen;
• 80 – 100 gram amandelen (2/3 door het deeg, 1/3 er bovenop).

1 eigeel om het brood mee te bestrijken.

Mijn aanpassingen: ik koos voor volle verse melk, liet de citroenschil achterwege en gebruikte slechts 20 gr suiker. Omdat ik niet zo van rozijnen houd, heb ik de helft ervan vervangen door gedroogde abrikozen.

Hoe ga je te werk?


• Wel de rozijnen en de abrikozen, laat ze uitlekken en drogen;
• Snij de abrikozen klein;
• Hak de amandelen klein;
• Doe het meel, de melk, de boter, het ei, de gist en de suiker in de kom van de mixer
  en meng gedurende 2 minuten;
• Doe dan het zout erbij en kneed het deeg gedurende 4-5 minuten;
• Voeg dan de tweede portie meel, de abrikozen en de amandelen toe en kneed
  nog circa 3-4 minuten;
• Stort het deeg op de werkplek en kneed voorzichtig de rozijnen erdoor;
• Vorm een bol van het deeg en leg het in een ingevette kom;
•  Laat het ongeveer 30-45 minuten rijzen;
• Stort het deeg op de werkplek en druk voorzichtig de lucht eruit;
• Vorm het deeg tot een brood en leg het in een ingevette broodvorm;
• Laat het nog 30-40 minuten rijzen;
• Bestrijk het brood met eigeel en bestrooi het met de rest van de amandelen;
• Verwarm de oven op 200°C voor (  boven- en onderwarmte ) en bak het brood in 35-40 minuten gaar.




Normaal is de hoeveelheid deeg ( inclusief alle ingrediënten ), die ik gebruik voor 1 bakblik circa 1000 gr. Dit deeg woog 1340 gram. Teveel voor 1 blik en te weinig voor 2. Ik besloot het deeg in porties te delen van 1000 gram en 340 gram. Het deeg is vrij zwaar en stug en verwerkt zich moeilijk. Daarom werd het brood uit het blik nogal scheef. Verder bleek dat de temperatuur van 200°C te hoog was. Het brood werd te snel donker.

Hoe smaakt het en wat is het resultaat?

Het brood smaakt heel erg lekker. Als je er een beetje roomboter op smeert, heb je verder geen beleg nodig. Ik vind wel dat er te weinig rozijnen / abrikozen in zitten en dat ook de hoeveelheid amandelen best wat meer mag zijn. De volgende keer doe ik ze niet op het brood, maar allemaal erin. Ik ga het brood zeker vaker bakken. Voor mezelf heb ik de hoeveelheden inmiddels aangepast, evenals de baktemperatuur. Als je interesse daarin hebt, mail me dan.

                                                                     ©Marionskitchenstories

zondag 15 september 2013

Limburgs Hoevebrood met zuurdesem

Als kind logeerde ik vaak op de boerderij van mijn oma, tante en oom. Ik bewaar daaraan bijzonder goede herinneringen. Ik werd er niet alleen ontzettend verwend, maar er waren ook allerlei dieren waar ik dol op was. Mijn tante maakte heel veel producten zelf. Ik vond het bijzonder spannend om te zien hoe ze van melk room, boter en kwark maakte. Mijn favoriete plek in huis was de zolder met gerookte hammen en gedroogde worsten. Het rook daar zo lekker.
Brood bakken deed mijn tante niet. Er was 200 meter verderop een bakker, waar ik vaak iets moest halen. Bijvoorbeeld  vers, nog warm, Limburgs roggebrood. De geur en de smaak van dat brood in combinatie met een beetje boter en een plakje ham waren onweerstaanbaar. De ham kun je in Nederland niet meer kopen, die uit Koblenz leek er wel een beetje op.
Het recept van het roggebrood heb ik nog niet gevonden, maar dit Limburgs Hoevebrood lijkt er een heel klein beetje op.

Wat heb je nodig?


• 490 gr ( Limburgs ) volkorenmeel;
• 30 gr roggemeel;
• 104 gram  rogge-zuurdesem;
• 4 gr gedroogde gist;
• 7 gr olijfolie;
• 7,8 gr bakkerszout;
• 12 gr glutenpoeder ( optioneel );
• 290 ml water.

Werkwijze:

• Doe alle ingrediënten ( muv het zout ) in de kom van de mixer en meng ze gedurende ± 5 minuten  
  tot alle vocht goed is opgenomen;
• Doe het zout erbij en kneed het gedurende 10 – 15 minuten tot en soepel deeg;
• Laat het deeg 20 minuten afgedekt rusten;
• Sla het deeg door en laat het opnieuw 20 minuten afgedekt rusten;
• Druk voorzichtig de lucht eruit, bol het op en leg het in een ingevette kom en laat het 45 minuten
  rijzen;
• Leg het deeg op een met roggemeel bestrooid werkblad, bol het op en doe het in een met
  roggemeel bestoven rijsmandje;
• Laat het deeg opnieuw 45 - 60 minuten rijzen;
• Verwarm de oven ( onder- en bovenwarmte ) op 230°C voor;
• Leg het brood op een met bakpapier belegde bakplaat snijdt het in.

Bakken:


  • Verwarm de oven voor op 220°C(  boven- en onderwarmte );
  • Doe het brood erin en verlaag de temperatuur naar 210°C;
  • Het brood is na 35 – 40 minuten gaar.



Ik gebruikte voor het brood Limburgs volkorenmeel. Uiteraard kun je ook ander volkorenmeel gebruiken. Het smaakt heel licht zuur en heeft een fijne, tamelijke vaste structuur. Als beleg kun je kiezen voor kaas, vleeswaren of stroop.

                                                            ©Marionskitchenstories

Bron : het brood is gebaseerd op het Hoevebrood uit het boek Broodbakkersproducten.
 

zaterdag 14 september 2013

Zuurdesem naar het recept van Edwin Klaasen en Robert Verweij

Terwijl het Limburgs Hoevebrood ( desem ) staat af te koelen op het aanrecht, zal ik vertellen hoe het zuurdesem dat ik ervoor gebruikte tot stand kwam.


Het is gemaakt volgens het recept van de Broodcursus die ik onlangs volgde. Zonder iemand te kort te doen, vind ik dit het gemakkelijkste recept. De hoeveelheid is behoorlijk, maar je kunt ook minder maken als je de verhoudingen maar niet verandert.

Dag 1:
  • 200 gr roggemeel;
  • 200 gr water.
Mengen met een spatel en niet te koel wegzetten ( bij mij stond het gewoon op het aanrecht ).

Dag 2 t/m 6:
  • 50 gr roggemeel;
  • 50 gr water.
Beide voeg je dagelijks toe aan het bestaande mengsel.
Na 3 dagen treedt er verandering op ( luchtbelletjes ) en na 4 dagen begint het mengsel al lichtzuur te ruiken.
Na dag 6 zet je het koud weg in de koelkast.

Update oktober 2016

Neem als je voor deze methode kiest minder meel en water omdat je anders een hele grote hoeveelheid desem krijgt en je veel weg moet gooien.
Ik geef een ander voorbeeld:

Dag 1:

20 gr roggemeel + 20 gr water;

Dag 2 t/m/ 6:

Iedere dag bijvoeden met 5 gr roggemeel en 5 gr water. Aan het eind heb je dan 100 gr desem. VAnaf die dag kun je het gaan gebruiken.



Als ik van plan ben een zuurdesembrood te bakken, dan haal ik het desem in de loop van de dag uit de koelkast en ververs het. 's Avonds neem ik een deel van het desem af ( bijvoorbeeld 20 gr ) en maak daarmee de juiste hoeveelheid die ik nodig heb voor het brood van de volgende dag. De rest gaat terug in de koelkast.

Als ik 100 gr desem nodig heb, neem ik dus 20 gr desem en voeg daar 50 gr meel en 50 gr water aan toe. Totaal 120 gr desem. Ik maak altijd wat meer, omdat er altijd een restant achter blijft in de kom.

Het recept voor het brood volgt de komende dagen.



                                                             ©Marionskitchenstories

donderdag 12 september 2013

Waldkorn brood

Het was een poosje wat rustiger op mijn blog, omdat we op vakantie waren naar Duitsland. Koblenz en omgeving ditmaal en we hebben wederom genoten. Van de natuur, de steden en het eten. De rauwe ham smaakt nog authentiek, de salades zijn geweldig en het brood is fantastisch. Op de terugweg hebben we biologisch meel gehaald bij De Commandeursmolen . We kochten er ook een zak biologische waldkornmix ( allerlei zaden en granen ) en daarmee bakte ik gisteren en vandaag Waldkorn Brood. We weten allemaal dat de kleur van dat brood niets zegt over de kwaliteit van het brood, omdat die kleur ontstaat door de moutpoeder. Omdat ik nog niet eerder Waldkorn Brood gebakken heb en ik ook niet direct in mijn boeken of online een goed recept vond, heb ik twee verschillende versies gemaakt. Een donkere basisversie, en een lichtere versie met wat meer ingrediënten.


Wat heb je nodig?

Voor de donkere variant:

  • 400 gr volkorenmeel;
  • 200 gr waldkornmix;
  • 5,5 gr instantgist;
  • 8 gr zout;
  • extra pijnboompitten en sesamzaad om te bestrooien ( optioneel );
  • 375 gr water.

Voor de lichtere variant:

  • 300 gr volkorenmeel;
  • 100 gr waldkornmix;
  • 200 gr tarwebloem
  • 8 gr instantgist;
  • 8 gr zout;
  • 18 gr olijfolie;
  • 6 gr lecithine ( optioneel );
  • snufje mg vitamine C ( optioneel );
  • 375 gr water.

De werkwijze is voor beide broden dezelfde:
  • Doe alle ingrediënten ( m.u.v. het zout ) in de kom van de mixer en meng ze gedurende 4 minuten;
  • Voeg dan het zout toe en kneed het geheel in 10 - 15 minuten tot een soepel deeg;
  • Leg dan het deeg op een werkplek, bol het op en leg het in een ingevette kom;
  • Laat het deeg 45 – 60 min. rijzen ( verdubbelen );
  • Stort het op een werkplek en druk de lucht eruit;
  • Vorm het deeg en doe het in een ingevette broodvorm;
  • Laat opnieuw 45-60 minuten rijzen.
Bakken:
  • Verwarm de oven op 230°C ( boven- en onderwarmte );
  • Bak het brood gedurende 30 minuten op 200°C.
  • Het brood is gaar als het 96°C is.
Wat is het resultaat?

Beide broden smaken heel lekker. Persoonlijk geef ik de voorkeur aan de lichtere variant, die luchtiger en minder zwaar is. In de toekomst ga ik nog meerdere variaties uitproberen en als ze goed zijn zal ik erover berichten.

                                                                ©Marionskitchenstories

Bron : een combinatie van de diverse soorten brood op dit blog

donderdag 5 september 2013

Gebakken zalm met koude wortelpuree en komkommer, een heerlijke zomers salade

Wat hebben we toch een geweldige zomer. We moesten er lang op wachten, maar sinds onze vakantie begin juni in Berlijn, heb ik geen jas meer aan gehad. Vandaag is het hier 28°C en zonder een zuchtje wind is dat eigenlijk net te warm. Zeker voor Chico, de hond, die telkens probeert zijn zwarte haartjes af te schudden.
Veel buiten gegeten dus en heel vaak salades gemaakt de laatste maanden. Ons vervelen ze nooit en ik probeer zo veel mogelijk te varieren.


Op woensdag staan er in ons dorp altijd een kaasboer en een viskraam. Ik sla de kaasboer bijna geen week over, maar de viskraam loop ik vaak voorbij. Gisteren lag de zalm me echter zo uitdagend aan te kijken, dat ik besloot ( ook omdat vis hier eigenlijk te weinig op het menu staat ) er me weer eens aan te wagen. Deze salade was het resultaat.

Wat heb je nodig voor 2 personen?

• 2 verse zalmfilets;
• 1 ui;
• 1 komkommer;
• 1 sjalotje;
• 3 eetlepels olijfolie;
• 1eetlepel witte wijn azijn;
• 2 teentjes knoflook;
• 2 trostomaten;
• 600 gr gare wortelen;
• Zout, peper en bieslook.

En hoe maak je het?

Werkwijze voor de komkommer:

• Maak de komkommer schoon, verwijder de zaadlijsten en snijd ze in halve rondjes;
• Bestrooi ze met zout en laat ze in een vergiet uitlekken;
• Spoel ze na 1 uur af en laat opnieuw uitlekken;
• Doe 3 eetlepels olijfolie en 1 eetlepel azijn in een kom en roer dit goed door;
• Dep de komkommer droog met keukenpapier en doe ze in de marinade;
• Dek de kom af en laat enkele uren staan in de koelkast.

Werkwijze voor de wortelen:

• Maak de wortelen schoon, snijdt ze in plakjes en kook ze gaar in 8 minuten;
• Laat ze afkoelen en pureer ze in de keukenmachine;
• Strooi er peper en zout doorheen en zet ze enkele uren in de koelkast.

Voor de vis:

• Bak de zalmfilets in een beetje boter gaar met de ui, het sjalotje en de knoflook;
• Strooi er wat zout en peper op.

Bak de zalm het allerlaatst. Ik had een kilo wortelen en heb daarvan ongeveer 600 gr gebruikt.


De combinatie van de wat zoete, koude wortelpuree en de zure, koude komkommer met de warme zalm is verrukkelijk. Ik serveerde er zelf gebakken, desembroodjes bij ( recept volgt nog ), maar stokbrood is ook erg lekker.

                                                          ©Marionskitchenstories

dinsdag 3 september 2013

Bruinbrood, gemakkelijk en smakelijk

Er wordt veel geschreven over gezond eten en het is moeilijk vast te stellen, als leek, wat wel en niet waar is. Toen ik dit voorjaar een cursus volgde over wat eten met je lichaam doet, bleek dat wereldwijd bijna elk land zijn eigen aanbevelingen aan zijn bevolking geeft. Die aanbevelingen wijken echter globaal gezien niet zo heel veel af van de aanbevelingen in Nederland.
We kennen allemaal wel de schijf van vijf van het Voedingscentrum.


In mijn keuze voor wat ik eet, laat ik me leiden door deze schijf. Brood is leverancier van koolhydraten, vezels, eiwitten, vitamine B, calcium en ijzer. Ik eet het elke dag, want het is ( vooral als je het zelf bakt ) heel erg lekker.
Bruinbrood bakken is gemakkelijk. Je maakt het van volkorenmeel en tarwebloem ( patentbloem van een goede kwaliteit ).


Wat heb je nodig?


  • 420 gr volkorenmeel;
  • 180 gr tarwebloem;
  • 6 gr gedroogde of 15 gr verse gist;
  • 10 gr bakkerszout;
  • 18 gr olijfolie;
  • 348 gr water.


Hoe maak je het

  • Doe alle ingrediënten ( m.u.v. het zout ) in de kom van de mixer en meng ze gedurende 2-3 minuten;
  • Voeg dan het zout toe en kneed het geheel in 10 - 12 minuten tot een soepel deeg;
  • Laat het deeg 5 minuten afgedekt staan;
  • Leg het deeg dan op een werkplek, bol het op en leg het in een ingevette kom;
  • Laat het deeg 45 – 60 min. rijzen ( verdubbelen );
  • Stort het op een werkplek en druk de lucht eruit;
  • Vorm het deeg en doe het in een ingevette deegvorm;
  • Laat opnieuw 45-60 minuten rijzen.


Bakken

  • Verwarm de oven op 230°C ( boven- en onderwarmte );
  • Bak het brood gedurende 20 minuten op 220°C, verlaag de temperatuur dan naar 210°C en bak het nog 15 minuten.
  • Het brood is gaar als het binnenin 96°C is.
  

Je kunt gemakkelijk variëren met bruinbrood. Je kiest gewoon een andere samenstelling van je meel ( bijvoorbeeld 50% : 50% ), of je voegt er zaden aan toe. Je kunt het bakken met gist, maar ook met zuurdesem en alle soorten beleg smaken er goed op. Ik noem dit bruinbrood versie 1.

                                                               ©Marionskitchenstories

Bronnen :
De foto van de schijf van vijf is van de website van het Voedingscentrum.
Het recept voor dit brood is afkomstig uit het boek Broodbakkersproducten